interview

Afgenomen door DJ la T’ash;  Barcelona, vrijdag avond 2 november 2007

Rechtstandige letter:  La T’ash.         Cursief:  Joram
la Tash gesne             Bij Raam 1

Je zong deze zomer op uitnodiging van het Nederlands Consulaat op een festival in Istanbul. Wat heb je hiervan geleerd?
Omgaan met onvoorziene omstandigheden. Overnachtingen waren in een zaal met 20 man. Heel gezellig, maar soms ook vermoeiend. Set tijden bij optredens stonden vaak niet vast. Soms moesten de acts verwisseld worden. Het was druk en chaotisch in de stad. In zulke omstandigheden leer je wel improviseren.

Je zong in Istanbul o.a. in Galata Place, was het niet een soort Hippie colonie daar?
Een beetje wel. Geen Woodstock, dat nou ook weer niet. Het voelde wel als een Brotherhood of men, het was relaxed en heel internationaal. Dansen tot diep in de nacht, vrouwen in kleurige kleding. We hebben wel kabaal gemaakt. Er is één keer een Politie inval geweest, maar het feest mocht gewoon doorgaan.

Wow. De politie had misschien ook gewoon zin in een feestje…?
(lacht): Natuurlijk. Ze vertrokken met tegenzin.

Ga je de komende tijd nog meer op reis?
Eind januari ga ik naar Milaan, op uitnodiging van een paar studenten daar. In april weer naar Londen, in mei ben ik weer hier in Barcelona en in juli zing ik in La Fontaine in Kopenhagen.

Ga je ook wel eens op reis zonder te musiceren?
Vorig jaar reisden mijn lief en ik samen door Midden Amerika: Nicaragua, Honduras, Guatemala, Mexico. Ik heb nergens opgetreden, het was gewoon vakantie. Wel heb ik in een studiootje in Nicaragua mijn liedje “Witchika” opgenomen…

Waar gaat Witchika eigenlijk over, gaat het letterlijk over hekserij?
Ja.

Vertel?
De vrouw in mijn lied doet aan rituelen, is een meesteres in het mixen van kruiden, staat in verbinding met haar voorouders, danst prachtig en ziet paranormale beelden. Ze trotseert erbarmelijke winters.

De laatste tijd ben je bezig met een cross over van Klezmer en Balkan, Jazz en Chanson. Hoe kwam je op dit idee?
Door ontmoetingen met Semja, dat zijn Klezmer muzikanten. We begonnen samen te spelen en ik raakte steeds meer geïnspireerd. Ik vond het een uitdaging de Engelse taal in de blije en toch melancholische sound van de Jiddische muziek uit Balkan te vervlechten.

Ecco (Utrecht) heeft op zijn goed bezochte Balkan Beats avonden wel eens jouw liedje “Arch of fire” gedraaid. Het is een vrolijk liedje, dat echt klinkt als helemaal jouw ding. Andere songs die je met dezelfde groep, Semja hebt gemaakt, liggen bij het publiek misschien wat moeilijker? Wel poëtisch maar lastig qua sound…
Dat is wel misschien wel waar. Maar ook een kwestie van wennen, denk ik. De meeste mensen op de feestjes waar we deze songs tot nu toe hebben gespeeld, dansten er gewoon lekker op los. Onder hen waren jazz aficionados, studenten en ook wel mensen die affiniteit hebben met de Balkan.

Heb je jouw eigen Balkan cross over bewust bedacht?
Niet echt. Dat het soms een beetje parlando klinkt, als “pratend zingen” zeg maar, is spontaan zo gelopen. De melodieën improviseer ik meestal terwijl een thema steeds op nieuw gespeeld wordt. Daarna ga ik pas dingen vast leggen. De tekst schrijf ik meestal later, maar het inhoudelijke idee voor de tekst heb ik soms al lang van te voren.

Hebben de dames van Semya jou een leerzame ervaring bezorgd?
Ze zijn vooral heel leuk om mee te werken. Je merkt niets van stress of streberigheid. Wat ze spelen is tamelijk traditioneel maar ze doen het fris en met veel overtuiging. Ze luisteren kritisch naar mijn zang en dat is sowieso leerzaam.

Waar zit de uitdaging precies in?
De complexe ritmes en harmonie van deze muziek maakt dit Balkan avontuur voor mij woest aantrekkelijk. Het feit dat op sommige bestaande stukken geen tekst bestaat, maakt het leuk voor mij om er een te schrijven. Het nieuw mogen maken van zulke mooie oude muziek, vind ik bovendien een voorrecht

In je stijl zit een soort exotische melancholie, iets Arabisch. Doe je dit doelbewust?
Nee, meestal niet van te voren. Terwijl het ontstaat, merk ik dit pas op. Per song kan ik kiezen of ik deze tendens wil behouden of, naar een westers geluid toe ga werken.

Maak je je zorgen over culturele conflicten in Europa?
Ja. Ondanks enkele verbeteringen. In dit decennium is de Balkan herrezen. Zeven jaar na de oorlog in Kosovo, zijn we in het westen makkelijk geneigd aan te nemen, dat het nu wel goed zit. Maar volgens mij sluimert er overal in Europa etnisch conflict. Ook in eigen land moeten we oplettend blijven, de dialoog gaande houden. En samen muziek maken natuurlijk.

gezicht wassen 1Dansen 1

Wat denk je dat je als muzikant en tekstschrijver kunt betekenen voor de wereld?
Met het weinige dat ik op dit moment kan betekenen, ben ik al blij. Natuurlijk hoop ik in de toekomst een groter bereik te hebben en invloed te hebben. Zonder dat ik daar te veel een halszaak van wil maken natuurlijk.

 Je liedje “Babs” gaat over je dochtertje van 4 dat niet echt bestaat. Heb je een kinderwens?
Ja natuurlijk. Het lijkt me prachtig om ooit vader te worden. Kinderen zijn leuk!

Je hebt momenteel best wel een jazzy imago. Ook je kledingstijl, casual maar toch classy. Toch zag ik op je site dat je – op je verjaardag nota bene – op een Rock sessie hebt gejamd. Hoe kwam je daar nou weer bij?
Ik vind het gewoon lekker om te rocken, vandaar.

Het management van fado zangeres Daisy Coreia zei ooit dat jouw Portugese zang een Braziliaans accent heeft, terwijl Brazilianen vinden dat je Europees klinkt. Word je daar nou niet onzeker van?
Nee. Het hoeft niet perfect te zijn. Wel verstaanbaar…. en echt.

Liedjes als “Aafke” en “Zeppelin” zing je nog steeds in het Nederlands. Wordt dit hier in Spanje wel gewaardeerd denk je?
Ik denk het wel, zolang mijn intentie duidelijk is.

Je fascinatie voor verre reizen, hekserij, synesthesie en de dood speelt een rol in jouw muziek. Je moet je zelfs in houden om de Phoenix niet te vaak door je liedjes te laten vliegen. Waarom is dit, die Phoenix bedoel ik…
De dood van mijn vader heeft veel met me gedaan. In ’95 heb ik op de academie een korte choreografie gemaakt met de naam “Terugkeer van Phoenix”. Uiteraard koos ik deze mythologische vogel omdat hij staat voor de overwinning op de dood. In de dans wenste ik mijn vader een nieuw leven, maar liet ik hem tegelijkertijd los.

De Phoenix is voor jou een symbool dat bij zowel de Oosterse als de Westerse wereld hoort, heb je ooit gezegd. Hoezo?
Lang geleden werd in het midden oosten o.a. i.v.m. Osiris, de vogel Phoenix genoemd. Het bijna gelijknamige land Phoenicië zie ik als een poort tussen oost en west, toen maar ook nu. Bij Phoenix horen vuur en as, maar deze symbolen zie je ook terug in het hindoeïsme, denk aan b.v. aan het cremeren van de doden.

Tevens zie je dat Phoenix in het westen geliefd is. Denk maar aan Troy van Sinead O’ Connor, aan “Felix de Feniks” bij Harry Potter en aan de stadsnaam Phoenix (Arizona). Het idee van eeuwig leven bestaat immers in oost en west.

Ben je bang voor de dood?
Nee

gezicht wassen 2

Jouw tekst Lynn, die je nog nooit op muziek hebt gezet, gaat over een slavin. Op een gegeven moment zeg je:

Year 7 century 21
East is conquered, West is won
South stumbles, it’s legs are humble
Truth equals an unequal sum

Vind je dat er eigenlijk ook in de moderne wereld nog steeds slavernij is?
Ja, met name door onze ingebeelde noodzaak van consumptie. Dat zit b.v. ook in mijn song tekst van “Pride” en inderdaad in Lynn. Het gaat over een negerin, een arbeidsmigrante. De armoede dwingt haar, haar gezin te verlaten en extreem hard te gaan werken. Deze situatie komt voor, meer dan we zouden willen weten.

Heeft dit voor jou ook met ras en etniciteit te maken?
In Latijns Amerika, Afrika en Azië zeker wel. Kinderarbeid komt voor bij alle rassen, maar vaker bij kleurlingen. Op de armere continenten maken multinationals vaak de dienst uit. Wel wordt de leidende rol binnen zulke bedrijven in sommige landen steeds meer door “inheemse” groeperingen overgenomen. Ook dan zie je nog vaak dat de arbeiders weinig of geen wettelijke bescherming hebben, t.a.v. de arbeidsvoorwaarden. Het systeem blijft gehandhaafd, ook daar waar blanken hebben gewerkt aan vernieuwing, herverdeling en emancipatie. Of als ze een regio los hebben gelaten.

Wat helpt de moderne mens om echt vrij te worden, behalve muziek en dansen natuurlijk?Naast het kunnen lezen en schrijven is een goede gezondheid van belang om vrij en onafhankelijk te kunnen leven. Mensen zouden vaak hun ambities niet zo serieus moeten nemen. Dit zou het leven makkelijker maken. Het is zo verleidelijk maar soms ook slopend, jezelf steeds weer tot slaaf te maken van je eigen doelen.

Wat zou ideaal zijn volgens jou?
Dat iedereen het werk zou doen dat hij echt graag wil doen. Dat mensen zich minder zouden laten leiden door schaamte en door de verwachtingen van anderen. En dat de schatten van de aarde anders beheerd zouden worden. En beter verdeeld.

Terugblikkend op je leven tot nu toe: een paar gebroken relaties met vrouwen met sterke dynamische karakters, heeft dit invloed op je teksten?
Ja. In b.v. mijn liedjes “Ultrasexible”, “Se perde” en “Pride”zie je zo’n sterk karakter wel terug. De vrouwen in deze teksten voeren een strijd. “Yellow” heb ik geschreven tijdens de neergang van mijn recentste relatie. Die raakte deze zomer uit.

 De laatste zoveel jaar heb je alleen nog maar relaties gehad met vrouwen in de Theaterwereld, de laatste was met Kristien (Regisseuse & choreografe Kristien Sonnevijlle, red.) Is dit vanwege je werk als muzikant of heb je een voorkeur voor zulke vrouwen?
Nee, het maakt me niets uit welk beroep ze heeft. Maar het kan de relatie wel inspirerend maken, als zij ook kunst maakt.En toch… Een vrouw in de advocatuur of met een technisch beroep zou ook wel eens leuk zijn, toch? Of een vrouw die werkt in de zorg of als tolk op congressen. Maar als muzikant kom je natuurlijk wel eerder vrouwen tegen met een artistieke achtergrond.

Je bent behalve zanger ook danser, o.a. in de Winter Efteling. In maart dit jaar heb je in Rasa (Utrecht) een productie neergezet waarin dans ook een rol speelt, met Susan Lemont als choreografe, getiteld “Osagonte en de wereld”. Er werd gedanst op jouw eigen muziek, begeleid door de groep Semja. Kostuums en decor waren van Arton’s inspiration team. Een mooie voorstelling.Waarom is er geen vervolg gekomen?
De mensen in dit project hebben een drukke agenda. Bovendien lagen we qua methodiek en voorkeuren wat verder uit elkaar dan ik aanvankelijk dacht. Wat niet wegneemt dat het een gaaf project was. Met Arton ga ik binnenkort wel weer samenwerken

Soms zing je niet letterlijk over de dingen, maar beeldend. Bij voorbeeld:

“Meisje van zaterdag.. de straat ligt als de natte pels van een kat aan haar voeten”.

Eigenlijk zeg je dat ze straat arm is. Ze leeft op straat en in de kroeg. Dat laatste blijkt pas in het couplet waarin ze een dronken wannabe zeeman troost. Ben je niet bang dat mensen de inhoud van je liedjes niet echt duidelijk meekrijgen?
Nou, ik hoor dat  je het  hebt begrepen. Dus het valt wel mee, denk ik. Vaak is het gewoon een kwestie van aandachtig luisteren

Stil zitten ging me kennelijk goed af, in elk geval die dag dat ik geportretteerd werd door Tineke Adamse
Toen ik klein was. Geportret-teerd door Tineke Adamse

Reizen is en veel voorkomend thema in je teksten. Wat beweegt jou ertoe, hierover te zingen? Kun je voorbeelden geven?
Always spring in the gardens of Rajastan”, een regel uit mijn tekst voor “Arch of Fire”, heb ik geschreven omdat ik graag naar Rajastan zou willen gaan, maar ik ben er nog nooit geweest. Soms dient de song tekst dus als uiting van mijn wensen en m’n fantasie. “ Maar liedjes kunnen ook werken als een mini dagboekje bij mijn reizen, die ik dus wel echt gemaakt heb.

Aan wie heb je het meest te danken in je ontwikkeling als muzikant?
Sommige van de theater studenten van KTA in ‘Hertogenbosch, vooral Bertram van Alphen die mij steeds aangemoedigd heeft en mij ook de eenvoud van bepaalde principes, met name op ritmisch gebied kon laten zien. Stein van der Loo heeft me geïnspireerd. Hij weet met eigenzinnige electronica een sterke gevoelsdimensie te geven aan een eenvoudig lied.

En wie nog meer?
Feico de Leeuw, Oscar benton, Micheline van Houtem, mensen bij wie ik workshops heb gedaan. Ze hebbben me uit de tent gelokt om mijn stem echt te laten horen.Want het is vooral een kwestie van durven. Verder zijn er veel muzikanten met name in het zuiden van Nederland met wie ik heel wat fijne jam uren heb meegemaakt. Daar leer je wel veel van.

Je noemde daarnet Steyn van der Loo. Je hebt met hem een keer een song mogen produceren voor zijn album DAZ II, op de Koningstheateracademie. Hoe kwam je daar eigenlijk terecht?
Elske Rollema, een actrice die aan deze academie studeerde, was mijn toenmalige vriendin. Ik ging daar als vrijwilliger achter de bar werken. In ruil daarvoor mocht ik de studio gebruiken om liedjes te maken. Steyn van der Loo was soms gastdocent daar. Hij vroeg me of ik mee wilde doen met die CD.

Welke artiesten zou je graag eens willen coveren?
David Bowie, Prince, Zita Swoon, Al Jarreau, Jobim… maar ook wel vrouwen: Björk, Sade, Myriam Makeba

 Mensen zeggen wel eens dat jouw stijl zo bijzonder is. Hoe komt dat denk je?
Zelf vind ik het best wel gewoon. Ik heb geen conservatorium achtergrond en ook geen Rock Academie of iets dergelijks. Ik heb een Beetje zelf het wiel uitgevonden.

Waar heb je geleerd, muziek te arrangeren met computers?
Op de Koningtheater Academie heb ik een begin gemaakt. Later thuis verder gegaan.

Eén van je inspiratiebronnen is de eenzame mens en vooral de eenzame vrouw. Waarom? De psyche van de vrouw intrigeert me, misschien omdat ik haar niet ben. Omdat ik haar niet kán zijn. Eenzaamheid is een van de grootste thema’s in mijn teksten en mijn sound klinkt soms dan ook als die van een onbegrepene, die wijfelend aan één toehoorder zijn verhaal vertelt. Zelf herinner ik me goed de momenten waarop ik eenzaam was. Het is een staat ven bewustzijn, die ik juist kan ervaren als er mensen om me heen zijn. Wat is er op zulke momenten nou fijner dan liedjes maken?

Waarom speel je bij live optredens sommige nummers liever met een pianist erbij?
Samen spelen vind ik leuker. Piano heeft soms mijn voorkeur omdat het extra structuur en regelmaat aan mijn liedjes kan geven. Zelf vind ik mijn piano spel niet wonder mooi. Het is mooier om de verfijning van andermans handen op dit magische instrument te horen.

Hoe gaat dat dan, stuur je je liedjes van tevoren op naar de pianist?
Soms wel. “Coragem”heb ik opgeschreven voor de pianist, maar pas bij de repetitie heb ik hem deze bladmuziek gegeven. Soms worden mijn liedjes zelfs prima vista op het podium begeleid.

Als ik kijk naar de opbouw van je liedjes, je bridges, je bas-lijnen en accoordenschema’s, bij voorbeeld op je album “Redviolet”,
dan valt het me op dat het soms nog al raar kan lopen. Krijg je niet veel commentaar hierop van de muzikanten met wie je speelt?

Dat is maar betrekkelijk. Op de Koningstheater Academie liepen sommige studenten een paar jaar geleden warm voor songs die ik in hun studio had gemaakt, terwijl ik tijdens het maken van die songs vaak dacht: “Dit klinkt wel een beetje weird, dit zal vast niet aanslaan”. Tegenwoordig let ik wel op, meer dan in het begin, dat vooral mijn bas-lijntjes en m’n drum set de logische hoofdaccenten leggen, om te zorgen voor meer regelmaat.

 Je zegt: mijn ritmes zijn soms dwingend, pas je ze dan niet aan aan de muzikanten met wie je samenwerkt?
Natuurlijk wel. De meest dwingende ritmes zitten tot nu toe in mijn solo-projecten, b.v. “Danger miles”. Als ik een muzikant een schets wil laten horen van mijn nieuwe ideeën, dan laat ik vaak een paar ritme-instrumenten weg en ook de instrumenten die solistisch klinken gooi ik er dan uit. Zo ontstaat er ruimte voor de ander om nieuwe ideeën een kans te geven.

In gesprekken laat je je soms behoorlijk kritisch uit over de maatschappij. In je liedjes vind ik je vaak veel milder. Waarom is dat?
Als je tussen de regels luistert, dan haal je het er wel uit. “Yellow” heb ik geschreven als een maatschappij kritische song. Maar een kritisch lied is wat mij betreft niet per definitie een pamflet of een lijnrecht betoog. Het kan ook sferisch, ambachtelijk en soms cryptisch zijn.

Hoe bedoel je?
De song kan eerst klinken als een simpele anekdote en pas meer van zijn betekenis prijs geven als je hem vaker hoort. Soms beschrijf ik een personage dat in zijn frustraties en ijdelheid, maar ook in zijn dromen wel degelijk iets van de maatschappij weerspiegelt. Het accent is soms positief, soms negatief. Het valt niet altijd direct op.

Je noemde daarnet je nieuwe song “Yellow”. Deze heb je gebaseerd op een zelfverzonnen science fiction achtig scenario. Wat wil je hiermee zeggen over de maatschappij?
De fictieve maatschappij waarbinnen de jij-figuur in mijn liedje leeft, is er een met hoge verwachtingen. Tevens dient het individu beheersbaar te blijven. Hiervoor kent het regime aan elk individu één of enkele kleuren toe om hem of haar te kenschetsen. Wat betekent “yellow” in dit verhaal? Geel staat voor een set van eigenschappen die het meest afwijken van hetgeen het regime voorstaat. De jij in mijn liedje wordt geel gelabeld en dus een outcast. Met behulp van dit overdreven scenario wil ik het opnemen voor de zonderlinge mens

Welke eigenschappen hoorden dan bij “geel’?
Ongebondenheid, het verkiezen van vriendschap en liefde boven carrière, voorkeur voor eerlijke voeding en autarchie… Symbolisch denken, eigenwijsheid, verwondering, onthaasting en het open staan voor magie.

Wat zonde dat de maatschappij in jouw verhaal dit alles naast zich neer legt
Ja, een gemiste kans. Natuurlijk heb ik het overdreven. In werkelijkheid heeft onze maatschappij gelukkig nog wel oog voor deze eigenschappen. Het liedje heb ik vooral bedoeld als waarschuwing.

“Se perde” is een goed voorbeeld van een lied met een flinke dosis cynisme. Denk je dat jouw publiek zich wel kan identificeren met de karakters in dit lied?
Identificatie met de man in dit lied is door de sterke ironie wellicht moeilijk. Ik zet hem eigenlijk vooral neer voor het amusement. Mijn kritiek op zijn houding wordt het best duidelijk door de reacties van de vrouw in mijn tekst. Van vrouwen in het publiek hoor ik soms dat ze het lied enorm waarderen. Van mannen krijg ik soms een verlegen lachje, een teken van ontgoocheling misschien?

Het grootste deel van de studio bewerkingen van jouw liedjes maak je samen met Sylvia Vermeulen. Wat is de kracht van jullie samenwerking?
Silvia heeft humor en kan goed relativeren. Ze is een kritisch luisteraar en ze is opgewekt van aard. Door haar heb ik op meer manieren naar mezelf leren luisteren. Ze heeft een vrij lang stuk van mijn evolutie tot nu toe meegemaakt.

Maar af en toe duikt er toch een naam op van een andere studio, b.v. die van Eric Dikeb of Jan Vis. Waarom is dat?
Eric Dikeb heeft opnamen gemaakt van een kleinkunstoptredentje van mij, vorig jaar. Het is dus logisch dat hij ook het afmixen en de film editing voor mij wilde doen. Bij Jan Vis heb ik ook wel eens gezongen omdat Silvia toen te veel werk had.

Je hebt ook wel eens DJ Fat Albert als sound engineer gehad. Dan hebben we het dus over iemand met een totaal andere achtergrond dan jij zelf. Kon hij jouw muzikale stijl goed begrijpen?
Het was wel even wennen, voor ons allebei. Maar hij heeft me goed begrepen. Ik zong “Pride” en we vonden allebei dat hij het goed gemixt had. Zo goed zelfs, dat hij het op zijn radio station heeft afgespeeld.

Eis je van sound engineers dat ze je stijl goed begrijpen?
Niet vanaf dag één. Dat kan ik niet eisen. Mijn voorwaarde is wél dat ze er voor open staan.

Dit bezoek aan Barcelona breng je samen met Musiquedannemieke. Wat is voor jou de meerwaarde van deze samenwerking?
Musiquedannemieke staat voor een heel eigen sound en is sterk guitar based. Ze heeft componenten die ik mis. Het omgekeerde is trouwens ook waar. We hebben veel aan elkaar. Ze speelt b.v.  “Yellow” heel spannend, vind ik. 

Je overgiet haar liedjes soms met een Joram sausje, zoals in de song “City of romance”. Heeft ze jou hierom gevraagd?
Het begon eigenlijk met haar vraag om achtergrondkoortjes. Dat was haar vraag aan mij. Daarna gaf ze me ook ruimte om de songs verder te arrangeren. Vandaar mijn “virtuele” scheepshoorn, pizzicato, bas en Franse musette.

Je maakt mooie soundscapes en leuke ritmes met keyboard, trommeltjes en samples, maar heb je nou niet de ambitie om gitaar te gaan leren of zo?
Ik zou het wel beter willen leren, maar niet per se met het oog op het podium. Mijn doel voor de eerste jaren is vooral zingen met o.a. inspirerende gitaristen om me heen.

Je website heet net als je eerste album “Redviolet” en is oorspronkelijk gebouwd door Patrick Steyn, Fotograaf en Webdesigner, trouwens een goede vriend van je. Tegenwoordig bouw je zelf aan je site omdat Patrick in Nicaragua werkt. Sinds gisteren zien we www.Redviolet.nl in een nieuw jasje. Wat kunnen we binnenkort nog aan nieuwe dingen op deze site verwachten?
Begin volgend jaar komen er muziekfragmentjes op de site, eigen liedjes maar ook jazz repertoire. Volgend jaar ga ik wat Jazz en Latin thema’s arrangeren naar liedjes met eigen teksten. Dat komt ook op de site.

 Mooie vooruitzichten, Joram. We houden je in de gaten. Maar eerst je optreden van morgen avond in “Jazz si”. Barcelona by night!
Ja, we gaan er iets moois van maken!

Succes morgen en bedankt voor dit interview
Graag gedaan

Bovenstaand interview is afgenomen door DJ la T’ash  (pseudoniem voor: Natasja Snoeijer).

Barcelona, vrijdag avond, 2 november 2007

 

DJ la T’Ash


la Tash gesne